Vreemdelingenrecht
verzoek om voorlopige voorziening toegewezen omdat verweerder zich niet verzet
Rechtbank Den Haag, 1 maart 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:3228 · Rechtbank Den Haag · 1 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2023-3228
Zaakgegevens
Op 1 maart 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 maart 2023
- Datum publicatie
- 14 maart 2023
- Zaaknummer
- NL22.15225
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3228
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verzoek om voorlopige voorziening toegewezen omdat verweerder zich niet verzet
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.15225
uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker, v-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 5 augustus 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel ‘familie en gezin’, afgewezen.
Verzoeker heeft tegen dit primaire besluit bezwaar gemaakt. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft verweerder verzocht aan te geven of hij zich verzet tegen toewijzing van het verzoek tot op het bezwaar is beslist.
Verweerder heeft bij brief van 26 september 2022 kenbaar gemaakt zich te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening, maar heeft vervolgens bij brief van 21 februari 2023 laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 februari 2023 op zitting behandeld. Partijen zijn, met voorafgaande mededeling, niet verschenen.
Overwegingen
1. Verweerder heeft in zijn brief van 21 februari 2023 laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.
2. Het verzoek wordt daarom toegewezen.
3. Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 837,- en wegingsfactor 1).
4. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht vergoedt.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
-
bepaalt dat verzoeker niet mag worden uitgezet voordat op het bezwaarschrift is beslist;
-
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 837,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoeker te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens - Fockens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.