Vreemdelingenrecht
voorlopige voorzieningen horend bij NL22.9461 en NL23.1518
Rechtbank Den Haag, 27 maart 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:4607 · Rechtbank Den Haag · 27 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2023-4607
Zaakgegevens
Op 27 maart 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 27 maart 2023
- Datum publicatie
- 3 april 2023
- Zaaknummer
- NL22.9463 en NL22.25362
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4607
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
voorlopige voorzieningen horend bij NL22.9461 en NL23.1518
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.25362 en NL22.9463
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], eiser
V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.M. van Eik),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen).
Procesverloop
In het besluit van 28 april 2020 (het primaire besluit I) heeft verweerder vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht.
Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt.
In het besluit van 28 april 2022 (bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Tevens heeft verweerder het EU-verblijfsrecht van verzoeker op grond van de openbare orde beëindigd en hem ongewenst verklaard. Aan verzoeker is medegedeeld dat hij Nederland meteen moet verlaten en zich naar Letland moet begeven.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit 1 beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (zaaknummer NL22.9463.
Met de brief van 20 oktober 2022 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiser, voor zover dat is gericht tegen de verblijfsbeëindiging en de ongewenstverklaring, voor behandeling als bezwaar doorgestuurd naar verweerder.
Verzoeker heeft hangende dit bezwaar de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen in verband met zijn overplaatsing naar een andere inrichting (zaaknummer NL 22.25362).
In het besluit van 13 januari 2023 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit 2 ook beroep ingesteld (zaaknummer NL23.1518). Het tweede verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom aangemerkt als hangende dit beroep gedaan.
De beroepen met zaaknummers NL22.9461 en NL23.1518 zijn op 31 januari 2023 behandeld op de zitting van de meervoudige kamer. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen G. Bozarska. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
2. Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1981 en heeft de Letse nationaliteit.
3. Verzoeker heeft voor de verzoeken verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Ter onderbouwing heeft verzoeker een verklaring overgelegd waaruit volgt dat hij geen inkomen en vermogen heeft. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen. Verzoeker wordt vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
4. Verzoeker heeft bij wijze van voorlopige voorziening verzocht om verweerder te verbieden hem uit Nederland te verwijderen. Ook heeft verzoeker verzocht om de werking van de bestreden besluiten op te schorten en verzoeker in de gelegenheid te stellen zijn ISD- traject af te maken alsof hij niet ongewenst is verklaard.
5. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL22.9461 en NL23.1518, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Gelet op deze uitspraken ziet de voorzieningenrechter geen reden om de gevraagde voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken daarom af.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 maart 2023