Vreemdelingenrecht
Verzoek om een voorlopige voorziening / Dublin / Zwitserland. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe…
Rechtbank Den Haag, 31 mei 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:8622 · Rechtbank Den Haag · 31 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2023-8622
Zaakgegevens
Op 31 mei 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 31 mei 2023
- Datum publicatie
- 14 juni 2023
- Zaaknummer
- NL23.11410
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8622
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening / Dublin / Zwitserland.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, omdat de overdrachtstermijn verstrijkt voor de behandeling van het beroep op zitting.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.11410
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster,
v-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. B.J. Riesebos),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 13 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL23.11409) ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. De rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, kan, als tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
2. Uit het bestreden besluit volgt dat verzoekster de behandeling van het beroep niet in Nederland mag afwachten. Verzoekster heeft dan ook een spoedeisend belang bij de verzochte voorziening.
3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang van verzoekster om de behandeling van het beroep in Nederland te mogen afwachten zwaarder weegt dan het belang van verweerder om haar op dit moment aan Zwitserland te kunnen overdragen. Daar komt bij dat de beroepsprocedure meer tijd vergt. Het beroep wordt op de zitting van 20 juni 2023 behandeld, terwijl de uiterste overdrachtstermijn voor de zitting verstrijkt. De voorzieningenrechter weegt hierbij mee dat de uiterste overdrachtstermijn door deze uitspraak wordt gestuit.
5. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om een voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoekster niet mag worden overgedragen totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
6. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- bepaalt dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Zwitserland totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.