Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 27 juni 2024

Zaakgegevens

Op 27 juni 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
27 juni 2024
Datum publicatie
27 juni 2024
Zaaknummer
24.19441, 24.19443, 24.19445, 24.19447, 24.19449
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:10039
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

dublin, plakvovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL24.19441, 24.19443, 24.19445, 24.19447, 24.19449

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam]

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer]

mede namens de minderjarige kinderen van eisers,

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

tezamen: eisers

(gemachtigde: mr. M.S. Nizamoeddin),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).


Procesverloop

Bij besluiten van 3 mei 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van

verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in

behandeling genomen op de grond dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling

daarvan.

Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de

voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL24.19440, 24.19442, 24.19444, 24.19446 en 24.19448, op 18 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, een tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.19440, 24.19442, 24.19444, 24.19446 en 24.19448, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen en de beroepen ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in

aanwezigheid van M.A. Postma, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.