Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 3 juli 2024

Zaakgegevens

Op 3 juli 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
3 juli 2024
Datum publicatie
4 juli 2024
Zaaknummer
NL24.16526
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:10291
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.16526


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker 1]

V-nummer: [V-nummer 1]

[verzoeker 2]

V-nummer: [V-nummer 2]

samen: verzoekers

mede ingediend namens hun minderjarige kinderen:

[minderjarige 1], V-nummer: [V-nummer 3]

[minderjarige 2], V-nummer: [V-nummer 4]

(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.


Procesverloop

Bij besluit van 9 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.16525, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan op 2 juli 2024 door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.