Vreemdelingenrecht
Geen verzet tegen toewijzing van verzoek om een voorlopige voorziening, verzoek om voorlopige voorziening…
Rechtbank Den Haag, 19 april 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:13102 · Rechtbank Den Haag · 19 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2024-13102
Zaakgegevens
Op 19 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 april 2024
- Datum publicatie
- 16 augustus 2024
- Zaaknummer
- NL23.35001
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13102
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen verzet tegen toewijzing van verzoek om een voorlopige voorziening, verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, veroordeling proceskosten en griffierecht.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.35001
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. H. Uzumcu),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. W.A. Kleingeld).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
Verweerder heeft de voorzieningenrechter bericht zich niet te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek.
Beide partijen hebben toestemming verleend om de zaak buiten zitting af te doen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij brief van 14 maart 2024 heeft verweerder aangegeven dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. Nu tussen partijen niet in geschil is dat van uitzetting van verzoeker vooralsnog behoort te worden afgezien, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijke gegrond toe te wijzen en verweerder te verbieden verzoeker uit te zetten, totdat op het bezwaarschrift is beslist.
3. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Verweerder moet ook het griffierecht vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
-
bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort;
-
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 875,-; -
draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.