Vreemdelingenrecht

Vovo Dublin Kroatië – De Afdeling behandelt op 28 augustus 2024 een zaak op zitting waarin de toegang tot en…

Rechtbank Den Haag, 23 augustus 2024

Zaakgegevens

Op 23 augustus 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
23 augustus 2024
Datum publicatie
26 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.21052
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:13569
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo Dublin Kroatië – De Afdeling behandelt op 28 augustus 2024 een zaak op zitting waarin de toegang tot en kwaliteit van opvangvoorzieningen en het risico op pushbacks in Kroatië aan de orde komen. De Afdeling heeft voorafgaand aan de behandeling ter zitting aan verweerder vragen gesteld. De voorzieningenrechter beschikt niet over de antwoorden op die vragen. Omdat de Afdeling dus over méér informatie zal beschikken dan de rechtbank, kan de Afdeling het refoulementrisico grondiger onderzoeken en beoordelen. De Afdeling heeft vragen aan (een van de) partijen gesteld en de voorzieningenrechter overweegt dat het daarom in eerste instantie aan de Afdeling is om de gevraagde informatie te beoordelen. De voorzieningenrechter verzoekt ook daarom verweerder niet om de aan de Afdeling verstrekte informatie in de onderhavige procedure te overleggen. – Verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en het beroep wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.21052


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker],

Geboren op [geboortedatum] 1996 te Syrië,

V-nummer: [V-nummer], verzoeker,

(gemachtigde: mr. N.M. de Houwer-van Wijk),

en

de Minister van Asiel en Migratie, voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat verweerder Kroatië hiervoor verantwoordelijk acht.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft de behandeling van het beroep en het verzoek geagendeerd op de zitting van 28 augustus 2024.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter is in de onderhavige procedure bevoegd om een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Uit het bestreden besluit volgt dat verzoeker de behandeling van het beroep niet in Nederland mag afwachten. Verzoeker heeft derhalve een spoedeisend belang bij de verzochte voorziening.

3. De voorzieningenrechter is ermee bekend dat de Afdeling op 28 augustus 2024

een zaak op zitting zal behandelen (nr. 202404639/1/V3) waarin de toegang tot en kwaliteit van opvangvoorzieningen en het risico op pushbacks in Kroatië aan de orde komen. De Afdeling heeft voorafgaand aan de behandeling ter zitting aan verweerder vragen gesteld over de opvangvoorzieningen in Kroatië. De voorzieningenrechter overweegt dat de antwoorden op die vragen ook van belang kunnen zijn voor de beoordeling van het beroep van verzoeker. De voorzieningenrechter beschikt niet over de antwoorden op die vragen. Omdat de Afdeling dus over méér informatie zal beschikken dan de rechtbank, kan de Afdeling het refoulementrisico grondiger onderzoeken en beoordelen. Hierin wordt aanleiding gezien om de behandeling van het beroep bij de rechtbank reeds voorafgaand aan de behandeling ter zitting aan te houden en de gevraagde voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter merkt hierbij op dat de Afdeling vragen aan (een van de) partijen heeft gesteld het daarom in eerste instantie aan de Afdeling is om de gevraagde informatie te beoordelen. De voorzieningenrechter verzoekt daarom verweerder niet om de aan de Afdeling verstrekte informatie in de onderhavige procedure te overleggen.

4. Gelet hierop en omdat op voorhand niet worden geoordeeld dat het beroep van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft, wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Kroatië totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist. De voorzieningenrechter kent aan verzoekers belang om de beslissing op zijn beroep hier te lande te mogen afwachten dus een zwaarder gewicht toe dan aan het belang van verweerder om reeds nu uitvoering te geven aan het bestreden besluit.

5. De voorzieningenrechter ziet in het voorgaande aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten voor zover deze verband houden met de indiening van het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter stelt deze kosten vast op

€ 875,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Kroatië totdat is beslist op het beroep;

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.B.J. Schreijen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 23 augustus 2024.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.