Vreemdelingenrecht
vovo, verweerder verzet zich niet tegen toewijzing, toegewezen
Rechtbank Den Haag, 1 oktober 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:16536 · Rechtbank Den Haag · 1 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2024-16536
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2024
- Datum publicatie
- 11 oktober 2024
- Zaaknummer
- AWB 24/5068
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16536
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vovo, verweerder verzet zich niet tegen toewijzing, toegewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/5068
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 oktober 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
V-nummer:
(gemachtigde: mr. B.S. Bernard),
en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. R. Mandersloot).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag.
Verzoeker heeft op 12 januari 2024 een aanvraag gedaan tot verlenen van een verblijfsvergunning regulier met als doel: ‘humanitair niet tijdelijk’ (privéleven). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 14 maart 2024 afgewezen.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De partijen zijn uitgenodigd voor de zitting van 1 oktober 2024. Partijen hebben de voorzieningenrechter vervolgens schriftelijk toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan - onder meer - indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. De minister heeft in een brief van 12 september 2024 laten weten dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, waardoor rechtmatig verblijf ontstaat. Volgens verweerder kan daarom een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege worden gelaten. Desgevraagd heeft verzoeker op 26 september 2024 hiermee schriftelijk ingestemd.
4. Nu partijen het erover eens zijn dat van uitzetting van verzoeker behoort te worden afgezien, wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting van verzoeker tot de beslissing op het bezwaar bekend is gemaakt.
5. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. De minister moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). Dat punt heeft een waarde van € 875,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 875,-. De minister dient ook het door verzoeker betaalde griffierechten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
-
schorst het primaire besluit en verbiedt de minister verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt;
-
bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- aan verzoeker moet vergoeden;
-
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs.. C.L.W. Slycke - van Dort, griffier.
griffier rechter
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: