Vreemdelingenrecht

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat gelijktijdig op het beroep is beslist.

Rechtbank Den Haag, 15 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 15 oktober 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
15 oktober 2024
Datum publicatie
16 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.31860
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:16754
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat gelijktijdig op het beroep is beslist.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.31860

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. A.J. de Boer),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. J.P. Arts).

Procesverloop

Bij besluit van 7 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene asielprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.31859, op 9 oktober 2024 op zitting behandeld. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekster is van Marokkaanse nationaliteit en geboren op [geboortedatum] 1989.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.31859, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt

de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van

€ 875,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.I. van Meel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

15 oktober 2024

[afbeelding niet beschikbaar]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.