Vreemdelingenrecht
Artikel 64 Vw. Geen uitstel van vertrek uit Nederland vanwege medische situatie. Eiseres wordt niet…
Rechtbank Den Haag, 15 oktober 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:16904 · Rechtbank Den Haag · 15 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2024-16904
Zaakgegevens
Op 15 oktober 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2024
- Datum publicatie
- 18 oktober 2024
- Zaaknummer
- NL24.15929
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16904
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 64 Vw. Geen uitstel van vertrek uit Nederland vanwege medische situatie. Eiseres wordt niet aangemerkt als een staatloze Azeri, omdat zij de Armeense nationaliteit heeft. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de medische zorg en medicatie in Armenië om financiële of andere redenen voor haar feitelijk niet toegankelijk is.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.15929
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. B.A. Palm),
en
de Minister van Asiel en Migratie1, (gemachtigde: mr. K. Kana).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag om uitstel van vertrek uit Nederland vanwege haar medische situatie.
Met het besluit van 23 april 2023 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag afgewezen. Met het besluit van 9 april 2024 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) is de minister bij deze afwijzing gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Verzoekster is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, H. Makaryan als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.15926, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
[afbeelding niet beschikbaar]1. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 oktober 2024