Vreemdelingenrecht

Asiel, voorlopige voorziening.

Rechtbank Den Haag, 24 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 24 oktober 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
24 oktober 2024
Datum publicatie
29 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.37074
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:17556
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Asiel, voorlopige voorziening.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.37074


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M.A.L. van de Glind),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. Y.D. Ancion).

Procesverloop

Bij besluit van 22 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.37073, op 17 oktober 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Y. Atajé. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 17 oktober 2024, zaaknummer NL24.37073, heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Verzoeker krijgt geen punt voor de zitting, omdat die bij uitspraak op het beroep al is toegekend.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,00.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.J.R. Froma, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.