Vreemdelingenrecht

Asiel vovo afgewezen. Wel PKV in verband met de uitkomst in de bodemzaak.

Rechtbank Den Haag, 30 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
30 oktober 2024
Datum publicatie
1 november 2024
Zaaknummer
NL24.39037
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:17865
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Asiel vovo afgewezen. Wel PKV in verband met de uitkomst in de bodemzaak.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.39037

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [v nummer] ,

(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers), en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. H. Toonders).

Procesverloop

Bij besluit van 28 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de herhaalde aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.39036, op 24 oktober 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. R.E.J.M. van den Toorn, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Avakyan- Gouloyan. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoeker stelt van Armeense nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1999.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.39036, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een

derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van €875,- en een wegingsfactor 1)

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.I. van Meel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

30 oktober 2024

[afbeelding niet beschikbaar]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.