Vreemdelingenrecht

Asiel Polen, plakvovo, verzoek afgewezen

Rechtbank Den Haag, 29 januari 2024

Zaakgegevens

Op 29 januari 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
29 januari 2024
Datum publicatie
15 februari 2024
Zaaknummer
NL23.34357
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:1807
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Asiel Polen, plakvovo, verzoek afgewezen

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.34357

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. D. van Elp), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Gündogdu).

Procesverloop

Bij besluit van 25 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL23.34356, op 1 december 2023 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. D.W.M. van Erp, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen P. Cuypers. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoeker stelt van Poolse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1983.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.34356, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Ter zitting is het verzoek aangevuld met een verzoek om de materiële voorzieningen van eiser door te laten lopen. De voorzieningenrechter wijst ook dit verzoek af, gelet op de uitspraak op het beroep.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

29 januari 2024

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.