Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 21 november 2024

Zaakgegevens

Op 21 november 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
21 november 2024
Datum publicatie
22 november 2024
Zaaknummer
NL24.37036
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:19350
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.37036


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.


Inleiding

Bij besluit van 16 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de overdrachtstermijn op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening verlengd wegens onderduiken.


Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.37035, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 21 november 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Verordening (EU) 604/2013.