Vreemdelingenrecht

plakvovo, beroep niet-ontvankelijk, beroepstermijn verstreken, verzoek afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 30 augustus 2024

Zaakgegevens

Op 30 augustus 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
30 augustus 2024
Datum publicatie
4 maart 2025
Zaaknummer
AWB 24.10797
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:23287
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo, beroep niet-ontvankelijk, beroepstermijn verstreken, verzoek afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 24/10797


uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 augustus 2024 in de zaak tussen


[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J. Sprakel),

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers

(gemachtigde: P.M.W. Jans).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de overplaatsing naar een andere opvanglocatie.

1.1.

Verweerder heeft met het besluit van 2 april 2024 eiser met toepassing van de Hotel- en Accommodatieregeling overgeplaatst van het AZC in [woonplaats] naar tijdelijke huisvesting in de gemeente [gemeente] , in afwachting van definitieve huisvesting in de gemeente [gemeente] . Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en heeft verzocht om een voorlopige voorziening.

1.2.

Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

1.3.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 24/10796, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2024.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.