Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 1 maart 2024

Zaakgegevens

Op 1 maart 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
1 maart 2024
Datum publicatie
1 maart 2024
Zaaknummer
NL23.22898, N23.22900, NL23.22902 en N23.22904
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:2693
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL23.22898, NL23.22900, NL23.22902 en NL23.22904

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam] , verzoeker

geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer]

[naam] , verzoekster

geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer]

mede namens hun minderjarige dochters:

[naam]

geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer]

[naam]

geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer]

allen van Russische nationaliteit,

hierna samen: verzoekers

(gemachtigde: mr. D. van Elp),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. A.N. Sap).

Inleiding

1. Bij besluiten van 4 augustus 2023 heeft de staatssecretaris de asielaanvragen van verzoekers afgewezen. Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

De rechtbank heeft de verzoeken op 23 januari 2024 gevoegd op zitting behandeld samen met de beroepen. Aan de zitting hebben deelgenomen: verzoekers, bijgestaan door hun gemachtigde en een tolk, en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Overwegingen

2. De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

2.1.

Omdat de beroepen gegrond zijn verklaard, is er aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter beschouwt de verzoeken als één zaak als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De totale vergoeding aan proceskosten stelt de voorzieningenrechter vast op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 1.750,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

NL23.22897, NL23.22899, NL23.22901 en NL23.22903.