Vreemdelingenrecht

Vovo, afgewezen. Gelet op uitkomst bodemzaak wel vergoeding proceskosten.

Rechtbank Den Haag, 24 april 2024

Zaakgegevens

Op 24 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
24 april 2024
Datum publicatie
24 april 2024
Zaaknummer
NL24.11833
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:6148
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo, afgewezen. Gelet op uitkomst bodemzaak wel vergoeding proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.11833


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [nummer 1]

mede namens haar minderjarige kinderen,

[minderjarige 1]

V-nummer: [nummer 2] ,

[minderjarige 2] ,

V-nummer: [nummer 3]

(gemachtigde: mr. B.H. Werink),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. B.H. Wezeman).


Procesverloop

Bij besluit van 15 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.11832, op 11 april 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Ook is een tolk verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.11832, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak krijgt verzoekster een vergoeding van haar proceskosten. De staatssecretaris moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.750,00 omdat de gemachtigde van verzoekster een verzoek om voorlopige voorziening heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing


De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.750,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.