Vreemdelingenrecht
Verweerder verzet zich niet tegen toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening. (Buiten zitting)
Rechtbank Den Haag, 17 januari 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:702 · Rechtbank Den Haag · 17 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2024-702
Zaakgegevens
Op 17 januari 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 17 januari 2024
- Datum publicatie
- 23 januari 2024
- Zaaknummer
- NL23.24111
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:702
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verweerder verzet zich niet tegen toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening. (Buiten zitting)
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.24111
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. M. Gavami),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
1. Verzoekster heeft op 19 april 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als doel ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’.
2. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 26 juli 2023 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
3. Verzoekster heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
4. Het verzoek zou op 10 januari 2024 op zitting worden behandeld. De voorzieningenrechter doet echter op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting, omdat zij over voldoende informatie beschikt om tot haar oordeel te komen.
Overwegingen
5. Wanneer tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen als verzoekster daarom vraagt. Dit kan alleen als er sprake is van onmiddellijke spoed. Dit betekent dat de beslissing op het bezwaar absoluut niet kan worden afgewacht. Om dit te beoordelen moet de voorzieningenrechter de belangen van verzoekster afwegen tegen de belangen van verweerder.1
6. Verweerder heeft met de brief van 14 december 2023 de rechtbank geïnformeerd dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek, voor zover dit ziet op het niet uitzetten van verzoekster totdat er een beslissing is genomen op het bezwaarschrift.
[afbeelding niet beschikbaar]1. Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.
7. Omdat tussen partijen niet langer in geschil is dat van uitzetting van verzoekster in deze fase behoort te worden afgezien, wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe en verbiedt verweerder om verzoekster uit te zetten tot de beslissing op het bezwaar bekend is gemaakt.
8. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en een wegingsfactor 1). Verweerder dient ook het door verzoekster betaalde griffierecht te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
-
verbiedt verweerder om verzoekster uit Nederland te verwijderen totdat de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt;
-
bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 184,- aan verzoekster moet vergoeden;
-
veroordeelt verweerder tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.J. Biswane, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 januari 2024