Vreemdelingenrecht
Verzoek om een voorlopige voorziening bij het beroep met het nummer NL24.744
Rechtbank Den Haag, 30 mei 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:8328 · Rechtbank Den Haag · 30 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2024-8328
Zaakgegevens
Op 30 mei 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 30 mei 2024
- Datum publicatie
- 30 mei 2024
- Zaaknummer
- NL24.745
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8328
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening bij het beroep met het nummer NL24.744
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.745
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).
Procesverloop
1. Met het besluit van 16 juni 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 10 februari 2022 ongegrond verklaard. Het tegen dit besluit ingediende beroep heeft de rechtbank op 10 maart 2023 gegrond verklaard. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
Met het besluit van 10 maart 2023 heeft de staatssecretaris het bezwaar van verzoeker opnieuw ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het beroep en het verzoek op 18 april 2024 samen op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Overwegingen
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.