Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 30 mei 2024

Zaakgegevens

Op 30 mei 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
30 mei 2024
Datum publicatie
30 mei 2024
Zaaknummer
NL24.3531 en NL24.3533
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:8330
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL24.3531 en NL24.3533


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1] , verzoekster

geboren op 23 oktober 1977, V-nummer: [v-nummer 1]

mede namens haar minderjarige dochter:

[naam 2]

geboren op 1 september 2016, V-nummer: [v-nummer 2]

[naam 3] , verzoeker

geboren op 12 februari 2007, V-nummer: [v-nummer 3]

allen van Moldavische nationaliteit,

hierna samen: verzoekers

(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. Y. van Deel).


Procesverloop

Bij besluiten van 31 januari 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL24.3530 en NL24.3532, op 27 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, verzoeker, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de staatssecretaris. Tevens is verschenen een tolk.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.3530 en NL24.3532, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.