Vreemdelingenrecht
Einde tijdelijke bescherming o.g.v. Richtlijn 2001/55/EG. Tegemoetgekomen. Verzoek voorlopige voorziening…
Rechtbank Den Haag, 29 mei 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:8650 · Rechtbank Den Haag · 29 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2024-8650
Zaakgegevens
Op 29 mei 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 29 mei 2024
- Datum publicatie
- 5 juni 2024
- Zaaknummer
- NL23.27484
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8650
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Einde tijdelijke bescherming o.g.v. Richtlijn 2001/55/EG. Tegemoetgekomen. Verzoek voorlopige voorziening ingetrokken. Pkv.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.27484
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
(gemachtigde: mr. K. Ramdhan),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
In het besluit van 17 augustus 2023 (bestreden besluit) heeft de staatssecretaris aan verzoekster meegedeeld dat haar tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG eindigt.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (NL23.27483). Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort totdat op het beroep is beslist.
Bij brief van 6 september 2023 heeft de staatssecretaris verzoekster meegedeeld dat zij toch tijdelijk langer in Nederland mag verblijven, omdat de staatssecretaris de gevolgen van het stoppen van de tijdelijke bescherming voor de hele groep derdelanders met tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne heeft bevroren.
Verzoekster heeft het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en gelijktijdig verzocht om een veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
2. In een voorlopigevoorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat de staatssecretaris met de brief van 6 september 2023 een maatregel heeft genomen waardoor verzoekster langer in Nederland mag verblijven en dat de staatssecretaris in zoverre tegemoet is gekomen aan het verzoek om een voorlopige voorziening. Daarmee heeft verzoekster bereikt wat zij wilde bereiken.
4. De voorzieningenrechter veroordeelt de staatssecretaris in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Bpb voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875 bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Beslissing
De voorzieningenrechter veroordeelt de staatssecretaris in de door verzoekster gemaakte proceskosten ter hoogte van € 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op: