Vreemdelingenrecht
Einde tijdelijke bescherming o.g.v. Richtlijn 2001/55/EG. Intrekking verzoek voorlopige voorziening. Geen…
Rechtbank Den Haag, 5 juni 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:9450 · Rechtbank Den Haag · 5 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2024-9450
Zaakgegevens
Op 5 juni 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 5 juni 2024
- Datum publicatie
- 19 juni 2024
- Zaaknummer
- NL23.27183
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9450
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Einde tijdelijke bescherming o.g.v. Richtlijn 2001/55/EG. Intrekking verzoek voorlopige voorziening. Geen besluit. Geen sprake van geheel of gedeeltelijke tegemoetkoming. Verzoek pkv afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.27183
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. M.C.M.E. Schijvenaars),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
Verzoeker heeft op 3 september 2023 beroep ingesteld, omdat hij vreest dat zijn recht op tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG vanaf 4 september 2023 is beëindigd (zaaknummer NL23.27182). De staatssecretaris heeft daartoe op 3 juli 2023 een voornemen uitgebracht. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoeker heeft op 10 september 2023 het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken. In het kader van het verzoek om voorlopige voorziening heeft eiser verzocht om een veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
2. In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.
3. De staatssecretaris heeft op 27 februari 2024 schriftelijk op het verzoek om proceskostenveroordeling gereageerd. Volgens de staatssecretaris is het beroep ten onrechte ingesteld en heeft verzoeker ook ten onrechte een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De staatssecretaris heeft erop gewezen dat hij zijn voornemen van 3 juli 2023 heeft laten vallen en dat hij nooit een definitief besluit heeft genomen.
4. De voorzieningenrechter stelt vast dat het dossier geen besluit bevat waartegen het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening zijn gericht. In het beroep-/verzoekschrift is onder ‘Datum besluit’ ingevuld: “onbekend”. De staatssecretaris heeft terecht opgemerkt dat het beroep ten onrechte is ingesteld. Van geheel of gedeeltelijke tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb is overigens ook niet gebleken.
5. Het verzoek om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te betalen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, op 5 juni 2024, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op: