Vreemdelingenrecht

Dublin Duitsland, discretionaire bevoegdheid, indirect refoulement, ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 18 juni 2024

Zaakgegevens

Op 18 juni 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
18 juni 2024
Datum publicatie
24 juni 2024
Zaaknummer
NL24.19844
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:9826
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin Duitsland, discretionaire bevoegdheid, indirect refoulement, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg


Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.19844


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J. de Jong),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.


Procesverloop

Met het besluit van 6 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is.


Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.19843, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 18 juni 2024 door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.