Vreemdelingenrecht

Regulier, verblijfsdocument EU/EER, verblijf bij broer, afhankelijkheidsrelatie, ten laste komen van, arrest…

Rechtbank Den Haag, 11 juni 2025

Zaakgegevens

Op 11 juni 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
11 juni 2025
Datum publicatie
13 juni 2025
Zaaknummer
NL24.33231
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:10327
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Regulier, verblijfsdocument EU/EER, verblijf bij broer, afhankelijkheidsrelatie, ten laste komen van, arrest Hof va Justitie van 10 april ECLI:EU:C:2025:264., hoorplicht, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.33231


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 9 augustus 2024 op het bezwaar van verzoeker is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag van verzoeker om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER gebleven.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.33230 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 11 juni 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.