Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 30 januari 2025

Zaakgegevens

Op 30 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
30 januari 2025
Datum publicatie
30 januari 2025
Zaaknummer
NL24.48019
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:1034
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.48019


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [datum],

van Nigeriaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),

en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. M. Verzijden).

Procesverloop

1. Bij besluit van 28 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

1.1.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.48018, op 28 januari 2025 op zitting behandeld. Verzoeker is niet verschenen. De gemachtigde van verzoeker is met kennisgeving niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

2. Bij mondelinge uitspraak van 28 januari, vastgelegd in een proces-verbaal van heden heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de beroepszaak van eiser, zaaknummer NL24.48018. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. Hoekstra - Verbeek, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.