Vreemdelingenrecht

Dublin Frankrijk, voorlopige voorziening

Rechtbank Den Haag, 23 juni 2025

Zaakgegevens

Op 23 juni 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
23 juni 2025
Datum publicatie
23 juni 2025
Zaaknummer
25.20234
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:10969
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin Frankrijk, voorlopige voorziening

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.20234


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[naam 1],

geboren op [geboortedatum],

van Syrische nationaliteit

V-nummer: [naam 2],

(gemachtigde: mr. H.A. Koning),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).


Inleiding

1. Bij besluit van 1 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

1.1.

Hiertegen is beroep ingesteld en tevens is verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank bespreekt hieronder het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. De rechtbank zal de indiener van het verzoek om een voorlopige voorziening, op eigen verzoek, en zoals op de zitting is besproken aanduiden als verzoekster.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met het beroep, op 19 juni 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door een waarnemend gemachtigde en een tolk. Mr. A.P.E.M. Pover trad op als waarnemer voor de gemachtigde van verzoekster. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.20233, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

NL25.20233.