Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 26 juni 2025

Zaakgegevens

Op 26 juni 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
26 juni 2025
Datum publicatie
26 juni 2025
Zaaknummer
AWB 25/4660
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:11299
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo. Afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/4660


uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 juni 2025 in de zaak tussen

[naam] , verzoekster,

geboren op [geboortedatum] ,

V-nummer: [v-nummer]

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,

V-nummer: [v-nummer] ,

en

[naam] , verzoekster 2,

geboren op [geboortedatum] ,

V-nummer: [v-nummer]

allen van Bengalese nationaliteit,

hierna tezamen: verzoekers

(gemachtigde: mr. S. de Vaal),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Procesverloop

De minister heeft de verblijfsvergunningen van verzoekers met het besluit van 16 februari 2024 ingetrokken. Hierbij is aan verzoekers ook een terugkeerbesluit opgelegd. Met het bestreden besluit van 30 januari 2025 op het bezwaar van verzoekers is de minister bij dat besluit gebleven.

Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak AWB 25/4716, op 17 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 25/4716, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, op 26 juni 2025 en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.