Vreemdelingenrecht

Verzoek om voorlopige voorziening bij beroep 25/3308

Rechtbank Den Haag, 10 juli 2025

Zaakgegevens

Op 10 juli 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
10 juli 2025
Datum publicatie
10 juli 2025
Zaaknummer
25/3309
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:12244
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening bij beroep 25/3308

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/3309


uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. N.B. Swart),

en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. A.N. Lammers).

Procesverloop

1. De minister heeft de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 januari 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij dat besluit gebleven.

1.1.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaken 25/3308, 25/7100 en 24/8077, op 21 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer 25/3308, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het connexe beroep en het beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

3. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker van € 907,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, op 10 juli 2025 en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.