Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 15 juli 2025

Zaakgegevens

Op 15 juli 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
15 juli 2025
Datum publicatie
17 juli 2025
Zaaknummer
NL25.25074
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:12927
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo, afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.25074


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker]

[v-nummer]

(gemachtigde: mr. E. Sahin),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Imani).

Procesverloop

Bij besluit van 3 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser in Duitsland internationale bescherming heeft.


Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.25073, op 4 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. A. Alkir, als waarnemer van de gemachtigde van eiser, en de gemachtigde van verweerder. Eiser is niet verschenen.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.