Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 10 juli 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:13090 · Rechtbank Den Haag · 10 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-13090
Zaakgegevens
Op 10 juli 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 10 juli 2025
- Datum publicatie
- 18 juli 2025
- Zaaknummer
- NL24.35509
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13090
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo bij NL24.35508
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.35509
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. I.A.G. Lodders).
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de ambtshalve aanvraag van verzoekster om een verblijfsvergunning op grond van de zogenoemde B8-regeling. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Zij heeft hiertegen ook beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.35508.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Verzoekster heeft aangifte gedaan van mensenhandel. De minister merkt deze aangifte ambtshalve aan als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning.
3. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 27 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 15 augustus 2024 op het bezwaar van verzoekster is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL24.35508 op 29 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister. Verzoekster is niet verschenen. Haar advocaat heeft ter zitting aangegeven niet te weten waarom verzoekster er niet is, maar heeft bevestigd dat zij van de zitting afweet, zodat de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet om de behandeling ter zitting aan te houden
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.35508, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 juli 2025