Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 20 juni 2025

Zaakgegevens

Op 20 juni 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
20 juni 2025
Datum publicatie
18 juli 2025
Zaaknummer
AWB 24.18711
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:13099
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 24/18711


uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 juni 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft op 23 september 2024 het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) verzocht om de opvangvoorziening te continueren. Het COa heeft met het bestreden besluit van 18 oktober 2024 het verzoek afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep in de zaak AWB 24/18710, op 14 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van het COa.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 24/18710, heeft de rechtbank geoordeeld op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2025.

De griffier De voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.