Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 23 juli 2025

Zaakgegevens

Op 23 juli 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
23 juli 2025
Datum publicatie
23 juli 2025
Zaaknummer
NL25.21354
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:13468
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vovo. afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.21354


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),

en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: R.M. Koning).

Inleiding

1. Bij besluit van 6 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

1.1.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL25.21353). Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.21353, op 22 juli 2025 op zitting behandeld. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.21353, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.