Vreemdelingenrecht

Vovo bij zaaknummer NL24.16884.

Rechtbank Den Haag, 16 juli 2025

Zaakgegevens

Op 16 juli 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
16 juli 2025
Datum publicatie
28 juli 2025
Zaaknummer
NL24.16885
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:13773
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo bij zaaknummer NL24.16884.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.16885

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. D.G. Metselaar),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. S. Berg).

Procesverloop

Bij besluit van 18 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als niet-ontvankelijk.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de NL24.16884, op 27 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, P. Cuijpers als tolk en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

  1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.16884, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Dit betekent dat de minister een nieuw besluit moet nemen. Als gevolg hiervan heeft verzoeker van rechtswege verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

  2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €907,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van €907,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af; en

  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €907,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

16 juli 2025

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.