Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening afgewezen. Het beroep (NL24.31618) is ongegrond verklaard.
Rechtbank Den Haag, 7 maart 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:13939 · Rechtbank Den Haag · 7 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-13939
Zaakgegevens
Op 7 maart 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 7 maart 2025
- Datum publicatie
- 29 juli 2025
- Zaaknummer
- NL24.22398
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13939
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening afgewezen. Het beroep (NL24.31618) is ongegrond verklaard.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.22398
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. S. Coenen),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker die ertoe strekt het beroep in Nederland te mogen afwachten.
De minister heeft op 15 april 2024 door middel van een kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens de geboortedatum van verzoeker aangepast. De minister heeft het bezwaar van verzoeker op 12 juli 2024 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen, samen met het beroep (NL24.31618), op 6 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en mr. J.P. Arts als de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten.
Op 24 december 2024 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en is aan partijen verzocht om te reageren op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:5256). Verzoeker en de minister hebben hier op gereageerd.
Omdat verzoeker wenste op zitting te willen worden gehoord, heeft op 22 januari 2025 een nadere zitting plaatsgevonden. Hieraan heeft de gemachtigde van verzoeker deelgenomen. De minister heeft zich afgemeld.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak NL24.31618, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
Conclusie en gevolgen
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
Z.P. de Wilde, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
07 maart 2025
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.