Vreemdelingenrecht
Vovo hangende bezwaar. Niet voldaan aan het connexiteitsvereiste, omdat er geen beroep is ingesteld tegen het…
Rechtbank Den Haag, 25 april 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:13945 · Rechtbank Den Haag · 25 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-13945
Zaakgegevens
Op 25 april 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 25 april 2025
- Datum publicatie
- 29 juli 2025
- Zaaknummer
- NL24.30670
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13945
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo hangende bezwaar. Niet voldaan aan het connexiteitsvereiste, omdat er geen beroep is ingesteld tegen het besluit op bezwaar. Vovo afgewezen.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.30670
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. A.E. Martinez Linnemann), en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. W. van Hoof).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende het bezwaar tegen het besluit van 8 juli 2024, waarin de minister de aanvraag voor een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] ’ heeft afgewezen. Ook heeft de minister een terugkeerbesluit opgelegd.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister. Verzoeker heeft op 2 augustus 2024 de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen hangende dat bezwaar.
De minister heeft op 14 maart 2025 beslist op het bezwaar en het bezwaar ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft/hebben deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als tegen een
besluit bezwaar is gemaakt en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat
vereist (zie artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht). Een verzoek om een voorlopige voorziening is dus alleen ontvankelijk als er ook bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld tegen het besluit. Dat is het zogenoemde connexiteitsvereiste.
Verzoeker heeft zijn verzoek om een voorlopige voorziening
ingediend hangende de bezwaarprocedure. Nog voordat de voorzieningenrechter op dit verzoek heeft beslist, heeft de minister op 14 maart 2025 een besluit op het bezwaar van verzoeker genomen.
De gemachtigde van verzoeker heeft op 4 april 2025 laten weten tot op heden geen reactie van verzoeker te hebben ontvangen. De gemachtigde heeft geen toestemming van verzoeker om het verzoek in te trekken.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker tegen het besluit van 14 maart 2025 geen beroep heeft ingesteld. Verzoekster voldoet dus niet aan het connexiteitsvereiste.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2025 door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
25 april 2025
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.