Vreemdelingenrecht
vovo hangende bezwaar, verzet-me-niet, toegewezen.
Rechtbank Den Haag, 13 augustus 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:15066 · Rechtbank Den Haag · 13 augustus 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-15066
Zaakgegevens
Op 13 augustus 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 13 augustus 2025
- Datum publicatie
- 13 augustus 2025
- Zaaknummer
- NL23.1317
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15066
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vovo hangende bezwaar, verzet-me-niet, toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.1317
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 augustus 2025 in de zaak tussen
[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. B. Aydin),
en
de minister van Asiel en Migratie ,
Inleiding
1. Bij het besluit van 5 januari 2023 heeft de minister de aanvraag van eiser voor een verblijfvergunning regulier met als verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’ afgewezen.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Uit artikel 8:81 van de Awb volgt dat de voorzieningenrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen, als tegen een besluit bezwaar is gemaakt en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De minister heeft de aanvraag van verzoeker afgewezen, omdat verzoeker bij de aanvraag geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft vermeld. Het hiertegen door verzoeker gemaakte bezwaar schort de rechtsgevolgen van dit besluit niet op. Omdat gedurende de behandeling van het bezwaar uitzetting niet achterwege wordt gelaten, heeft verzoeker een spoedeisend belang bij de verzochte voorziening.
De minister heeft in een brief van 5 augustus 2025 laten weten dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Conclusie en gevolgen
3. Gelet op het voorgaande wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toe en bepaalt dat het besluit van 5 januari 2023 wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist. Dat betekent dat verzoeker gedurende de bezwaarprocedure niet mag worden uitgezet.
4. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij vanwege de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding bedraagt € 907 omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend, waarvoor gelet op het Besluit proceskosten bestuursrecht 1 punt wordt toegekend. Ook moet de minister het griffierecht van € 184,- aan verzoeker vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
wijst het verzoek toe;
-
treft de voorlopige voorziening dat uitzetting achterwege blijft totdat op het bezwaar is beslist;
-
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907;
-
bepaalt dat de minister het griffierecht van € 184 aan verzoeker moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V. Bouman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.