Vreemdelingenrecht

Voorlopige voorziening afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 13 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 13 augustus 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
13 augustus 2025
Datum publicatie
13 augustus 2025
Zaaknummer
NL25.33834 en AWB25/14472
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:15081
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.33834 en AWB25/14472


uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 augustus 2025 in de zaken tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],

van Turkse nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. F. Jansen),

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, het COa,

evenals

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum)

Procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank twee verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het eerste verzoek van verzoeker is connex aan het beroep van verzoeker gericht tegen het besluit van het COa van 10 juli 2025. In dat besluit heeft het COa besloten om verzoeker vanaf 10 juli 2025 in een HTL in Hoogeveen te plaatsen (het plaatsingsbesluit). Het tweede verzoek van verzoeker is connex aan het beroep van verzoeker gericht tegen het besluit van de minister van dezelfde datum om hem een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 56 van de Vw op te leggen.

1.1.

De rechtbank heeft de voorlopige voorzieningen, gelijktijdig met de beroepen op 1 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiser en mr. F. Hoppenbrouwer, als waarnemer van zijn gemachtigde, zijn verschenen. Ook is een tolk verschenen. De minister en het COa hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers: NL25.33832 en AWB25/14471, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen en de beroepen ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier op 13 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

de griffier de voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Handhaving- en Toezichtlocatie. Op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid van de Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005. Vreemdelingenwet 2000.