Vreemdelingenrecht

verzoek vovo – niet-connex.

Rechtbank Den Haag, 6 februari 2025

Zaakgegevens

Op 6 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
6 februari 2025
Datum publicatie
10 februari 2025
Zaaknummer
AWB 24/16918
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:1632
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verzoek vovo – niet-connex.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg


Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 24/16918

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.


Procesverloop

Verzoeker heeft op 24 september 2024 een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’ ingediend. Bij besluit van 7 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker afgewezen.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.


Bij besluit van 21 november 2024 heeft verweerder op het bezwaar beslist.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang er bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).

2. Verzoeker heeft op 23 oktober 2024, hangende het bezwaar, een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Aangezien verweerder inmiddels op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Gebleken is dat verzoeker geen beroep heeft ingesteld tegen deze beslissing op bezwaar, zodat niet wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste. Het verzoek is om die reden kennelijk niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 6 februari 2025 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.