Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 10 februari 2025

Zaakgegevens

Op 10 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
10 februari 2025
Datum publicatie
10 februari 2025
Zaaknummer
NL24.48300
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:1685
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.48300


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. J. Sinnema),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).

Procesverloop

Bij besluit van 5 september 2024 (het bestreden besluit) is de minister bij de afwijzing gebleven van verzoekster haar aanvraag voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘familie en gezin’ bij haar meerderjarige dochter [naam 2] (referente).

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.38022, op

3 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de dochter van referente, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.38022, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
    € 907,-

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Hessels, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.