Vreemdelingenrecht

voorlopige voorziening; afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 18 september 2025

Zaakgegevens

Op 18 september 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
18 september 2025
Datum publicatie
19 september 2025
Zaaknummer
NL25.31881
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:17276
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

voorlopige voorziening; afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.31881


uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 september 2025 in de zaak tussen

[verzoekster], v-nummer: [nummer 1], verzoekster

mede namens haar minderjarige dochter

[naam dochter] , v-nummer: [nummer 2]

(gemachtigde: mr. A. Khalaf),

en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. L.J.M. Rog).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft op 15 mei 2025 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 15 juli 2025 niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en haar minderjarige dochter, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.31880, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Omdat de rechtbank het beroep van verzoekster gegrond heeft verklaard, moet de minister de proceskosten van verzoekster vergoeden. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde rechtmatig verleende rechtsbijstand vast op €907 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 907.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.