Vreemdelingenrecht

Dublin, Duitsland, plakvovo.

Rechtbank Den Haag, 9 januari 2025

Zaakgegevens

Op 9 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
9 januari 2025
Datum publicatie
11 februari 2025
Zaaknummer
NL24.50882 NL24.50885 NL2450887 NL24.50890
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:1755
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin, Duitsland, plakvovo.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: NL24.50882, NL24.50885, NL24.50887 en NL24.50890

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker 1] , V-nummer: [V-nummer 1] ,

[verzoeker 2] , V-nummer: [V-nummer 2] , mede namens haar minderjarige kinderen

[verzoeker 3] , V-nummer: [V-nummer 3] , en

[verzoeker 4] , V-nummer: [V-nummer 4] ,

[verzoeker 5] , V-nummer: [V-nummer 5] ,

en

[verzoeker 6] , V-nummer: [V-nummer 6] , samen te noemen: verzoekers

(gemachtigde: mr. S. Selbach),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Procesverloop

Bij besluiten van 11 december 2024 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaken NL24.50881, NL24.50884, NL24.50886 en NL24.50889, op 7 januari 2025 op zitting behandeld. Verzoekers zijn niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.50881, NL24.50884, NL24.50886 en NL24.50889, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

09 januari 2025

[afbeelding niet beschikbaar]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.