Vreemdelingenrecht

Dublin Duitsland, vovo, afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 11 februari 2025

Zaakgegevens

Op 11 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
11 februari 2025
Datum publicatie
13 februari 2025
Zaaknummer
NL24.47640
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:1938
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin Duitsland, vovo, afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.47640


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,

van Algerijnse nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),

en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. B. Zagers).

Procesverloop

Bij besluit van 29 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.47639,

op 4 februari 2025 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.47639, heeft de rechtbank uitspraak gedaan in het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.