Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening, ordemaatregel vanwege overdrachtstermijn, verzoek toegewezen.
Rechtbank Den Haag, 11 februari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:1965 · Rechtbank Den Haag · 11 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-1965
Zaakgegevens
Op 11 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 11 februari 2025
- Datum publicatie
- 13 februari 2025
- Zaaknummer
- NL25.4843
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1965
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening, ordemaatregel vanwege overdrachtstermijn, verzoek toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.4843
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. D. Matadien),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde])
Procesverloop
Bij besluit van 31 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder een overdrachtsbesluit genomen, waarin is bepaald dat eiser zal worden overgedragen aan de Belgische autoriteiten.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat vereist, gelet op de betrokken belangen.
2. Verzoeker wordt overgedragen aan België op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Dublinverordening. Deze verordening stelt daarbij een termijn waarbinnen verzoeker dient te worden overgedragen aan de ontvangende lidstaat. Deze termijn is in het geval van verzoeker zes weken, omdat hij momenteel in bewaring verblijft. De voorzieningenrechter stelt, gelet op het navolgende, vast dat redelijkerwijs kan worden verwacht dat het beroep van verzoeker niet kan worden afgehandeld binnen deze termijn. De vereiste spoed is daarmee gegeven.
3. Gelet op de vragen die in hoger beroep door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) zijn gesteld over de opvang van niet-kwetsbare alleenstaande mannelijke asielzoekers in België, is niet op voorhand uit te sluiten dat het beroep geen kans van slagen heeft. Voor zover de rechtbank het noodzakelijk zou vinden om de beantwoording van bedoelde vragen af te wachten, is van belang dat evenmin zeker is of de Afdeling vóór het aflopen van de uiterste overdrachtstermijn al uitspraak zal hebben gedaan in bedoelde zaken.
4. De voorzieningenrechter acht het verzoek om voorlopige voorziening daarom kennelijk gegrond en zal bepalen dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan België totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
5. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker de behandeling van zijn beroep in Nederland mag afwachten;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907.
Deze uitspraak is gedaan op 11 februari 2025 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.