Vreemdelingenrecht

Dublin, plakvovo afgewezen. Vandaag uitspraak gedaan in de bodemzaak, de voorlopige voorziening is niet meer…

Rechtbank Den Haag, 14 februari 2025

Zaakgegevens

Op 14 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
14 februari 2025
Datum publicatie
14 februari 2025
Zaaknummer
NL25.1436
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:2013
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin, plakvovo afgewezen. Vandaag uitspraak gedaan in de bodemzaak, de voorlopige voorziening is niet meer nodig. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak wel toekenning pkv.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.1436


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],

van Eritrese nationaliteit,

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. I. Vreeken),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. I. van Es).


Inleiding

1. Bij besluit van 9 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

1.2.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.3.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de behandeling van het beroep (NL25.1435), op 7 februari 2025 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn met bericht van verhindering niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak met zaaknummer NL25.1435 gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet de minister de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.