Vreemdelingenrecht

Plak-VoVo bij NL25.835. Verzoek afgewezen omdat gelijktijdig op het beroep is beslist. Wel toekenning pkv…

Rechtbank Den Haag, 6 november 2025

Zaakgegevens

Op 6 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
6 november 2025
Datum publicatie
11 november 2025
Zaaknummer
NL25.1015
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:21163
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plak-VoVo bij NL25.835. Verzoek afgewezen omdat gelijktijdig op het beroep is beslist. Wel toekenning pkv omdat beroep gegrond is.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.1015

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. V. Senczuk),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).

Procesverloop

Bij besluit van 29 december 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van een jaar opgelegd. Hierbij heeft verweerder aan verzoeker een vertrektermijn van 4 weken verleend. Omdat jegens verzoeker een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, is verzoeker inzake terugkeer gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem (SIS).

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.835, op 7 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

1. Verzoeker stelt van Moldavische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1988.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.835, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Omdat de rechtbank in het beroep het bestreden besluit heeft vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dit besluit in stand heeft gelaten en om die reden de minister heeft veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep, veroordeelt de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt de minister tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

06 november 2025

[afbeelding niet beschikbaar]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.