Vreemdelingenrecht
Vervallenverklaring uitspraak d.d. 22 oktober 2025
Rechtbank Den Haag, 4 november 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:23726 · Rechtbank Den Haag · 4 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-23726
Zaakgegevens
Op 4 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 4 november 2025
- Datum publicatie
- 12 december 2025
- Zaaknummer
- NL25.12865
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23726
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervallenverklaring uitspraak d.d. 22 oktober 2025
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.12865, vervallenverklaring uitspraak 22 oktober 2025
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. B. Aydin),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Deze uitspraak betreft de vervallenverklaring van de uitspraak van de rechtbank van 22 oktober 2025.
Overwegingen
-
De rechtbank kan een uitspraak die zij heeft gedaan ambtshalve vervallen verklaren. Een vervallenverklaring kan alleen in zeer bijzondere gevallen en als er geen wettelijke oplossing is. Deze buitenwettelijke beslissing dient niet om gebreken in de motivering van de uitspraak naar aanleiding van een schriftelijke reactie van één der partijen te repareren, maar uitsluitend tot herstel van een ernstige, niet voor rectificatie vatbare fout van de rechter die niet door het instellen van enig rechtsmiddel kan worden ondervangen.1 De rechtbank vindt dat de uitspraak van 22 oktober 2025 vervallen moet worden verklaard. Dat legt zij hierna uit.
-
De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 22 oktober 2025 geoordeeld dat er niet voldaan is aan het connexiteitsvereiste, als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit omdat verzoeker geen beroep had ingesteld tegen het besluit van 8 juli 2025. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening om die reden bij die uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
3. Gebleken is evenwel dat verzoeker tegen het besluit van 8 juli 2025 wél beroep had ingesteld. Om onduidelijke redenen was dit beroep aanhangig bij de zittingsplaats Amsterdam. De voorzieningenrechter heeft het verzoek dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter verklaart daarom de uitspraak van 22 oktober 2025 vervallen.
[afbeelding niet beschikbaar]1. Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR2963.
4. De zittingsplaats Utrecht heeft aan de zittingsplaats Amsterdam verzocht om het dossier betreffende het beroep tegen het besluit van 8 juli 2025 over te dragen aan de zittingsplaats Utrecht. Partijen zullen nader worden geïnformeerd over de voortgang van de behandeling van het beroep en het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart de uitspraak van 22 oktober 2025 betreffende zaaknummer NL25.12865 vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
J.M. Pattynama, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
04 november 2025