Vreemdelingenrecht

Uitspraak over het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening dat eiseres heeft ingediend tegen…

Rechtbank Den Haag, 23 december 2025

Zaakgegevens

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
23 december 2025
Datum publicatie
2 januari 2026
Zaaknummer
NL25.34868
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:25744
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak over het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening dat eiseres heeft ingediend tegen de beslissing op bezwaar van de minister, verzoek niet-ontvankelijk.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.34868

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.W. Aartsen),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening dat eiseres op 29 juli 2025 heeft ingediend tegen de beslissing op bezwaar van de minister van

10 juli 2025.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoekster heeft namelijk het griffierecht niet tijdig betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.

3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoekster niets aan kan doen.

4. De rechtbank heeft verzoekster op 31 juli 2025 een aangetekende nota gestuurd, waarin staat dat zij het griffierecht binnen vier weken moet betalen. Ook staat daarin dat het verzoek niet-ontvankelijk kan verklaren als verzoekster het griffierecht niet of niet op tijd betaalt. Volgens de Track&Trace is de brief op 4 augustus 2025 bezorgd, waarbij is getekend voor ontvangst.

5. Het griffierecht is niet (op tijd) ontvangen. Verzoekster heeft daar geen reden voor gegeven.

6. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk en zal niet inhoudelijk worden behandeld.

7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Simorangkir, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

23 december 2025

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.