Vreemdelingenrecht

Spoedvovo, aankondiging overdracht, voorlopige voorziening toegewezen vanwege geplande zitting.

Rechtbank Den Haag, 21 februari 2025

Zaakgegevens

Op 21 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
21 februari 2025
Datum publicatie
24 februari 2025
Zaaknummer
NL25.8247
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:2686
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Spoedvovo, aankondiging overdracht, voorlopige voorziening toegewezen vanwege geplande zitting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.8247


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R. Deniz),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL25.4872) ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat het bestreden besluit wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist.

2. De asielaanvraag van verzoekster is niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw, omdat een andere lidstaat daarvoor verantwoordelijk is, zoals bedoeld in de Dublinverordening. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder op 17 februari 2025 aan verzoekster heeft medegedeeld dat zij op 24 februari 2025 om 11:00 uur zal worden overgedragen aan Duitsland. De vereiste onverwijlde spoed is daarmee gegeven.

3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter weegt het belang van verzoekster om bij de behandeling van haar beroep aanwezig te zijn zwaarder dan het belang van verweerder om verzoekster daarvóór al over te dragen. De voorzieningenrechter zal dan ook het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toewijzen op de hierna te melden wijze. De uiterste overdrachtstermijn wordt daarmee opgeschort. De voorzieningenrechter weegt hierbij mee dat het beroep op 27 maart 2025, vóór het verstrijken van de overdrachtstermijn, op zitting zal worden behandeld. Het bestreden besluit wordt op die zitting inhoudelijk beoordeeld op rechtmatigheid.

4. De voorzieningenrechter ziet in de toewijzing van het verzoek aanleiding verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 907.

Deze uitspraak is gedaan op 21 februari 2025 door mr. A.J. de Danschutter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Vreemdelingenwet 2000. Verordening EU Nr. 604/2013.