Vreemdelingenrecht
Verzoek om een voorlopige voorziening bij beroep NL24.40526
Rechtbank Den Haag, 24 februari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:2714 · Rechtbank Den Haag · 24 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-2714
Zaakgegevens
Op 24 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 24 februari 2025
- Datum publicatie
- 24 februari 2025
- Zaaknummer
- NL24.40528
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2714
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening bij beroep NL24.40526
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40528
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [V-nummer] verzoeker
(gemachtigde: mr. I. Petkovski),
en
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de vaststelling door de minister dat verzoeker geen verblijfsrecht meer heeft als verzorgende ouder van zijn kind.
De minister heeft op 15 februari 2024 vastgesteld dat verzoekers verblijfsrecht is geëindigd. Met het bestreden besluit van 19 september 2024 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij dat besluit gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 10 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Het onderzoek ter zitting is gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.40526, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening hangende beroep is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.