Vreemdelingenrecht

voorlopige voorziening hangende bezwaar, geen schorsende werking, verzoeker in vreemdelingenbewaring gesteld…

Rechtbank Den Haag, 10 januari 2025

Zaakgegevens

Op 10 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
10 januari 2025
Datum publicatie
13 januari 2025
Zaaknummer
NL24.17789
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:272
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

voorlopige voorziening hangende bezwaar, geen schorsende werking, verzoeker in vreemdelingenbewaring gesteld, hoorplicht, geen onverwijlde spoed, besluit niet evident onrechtmatig, verzoek afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.17789


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).

Inleiding

Bij besluit van 29 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van verzoeker ingetrokken met terugwerkende kracht tot 23 mei 2021 en bepaald dat eiser onmiddellijk de Europese Unie moet verlaten. Daarnaast is tegen eiser een zwaar inreisverbod uitgevaardigd en is een besluit tot signalering opgelegd.

Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Desgevraagd heeft verweerder gereageerd op dat verzoek.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Bij schrijven van 6 januari 2025 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om spoedig uitspraak te doen op zijn verzoek omdat hij op diezelfde datum in vreemdelingenbewaring is gesteld ter fine van uitzetting naar zijn land van herkomst. Verzoeker stelt dat het aannemelijk is dat zijn bezwaar gegrond zal worden verklaard en dat hij nog in de gelegenheid moet worden gesteld om op zijn bezwaar te worden gehoord.

3. Het bestreden besluit houdt in dat verzoeker niet langer rechtmatig verblijf heeft in Nederland en dat hij uitzetbaar is. Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking en verweerder heeft bepaald dat verzoeker het bezwaar niet in Nederland mag afwachten. De omstandigheid dat verzoeker in bewaring is gesteld, impliceert weliswaar dat verweerder de uitzetting van verzoeker aan het voorbereiden is, maar verweerder heeft in zijn reactie op het verzoek laten weten dat een concrete uitzettingsdatum niet bekend is. Er is nu dan ook geen grond om aan te nemen dat verzoeker wordt uitgezet voordat op het bezwaar zal worden beslist. Om die reden kan niet worden gezegd dat sprake is van de vereiste onverwijlde spoed. Evenmin is het de voorzieningenrechter gebleken dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is.

4. De conclusie is daarom dat het verzoek als kennelijk ongegrond wordt afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 10 januari 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.